Hoofdstuk 2
De bakkerij aan de Voorstraat
Mijn vader stond om vier uur op. Als ik wakker werd, rook het hele huis al naar brood, en dat bleef zo tot de avond.
Op zaterdag mocht ik mee de bezorgfiets op. Eerst de Voorstraat, dan de dijk af naar de boerderijen. Bij mevrouw Verkerk kreeg ik altijd een glas karnemelk, ook als ik er geen zin in had.
Voorbeeld met een ingesproken stem. In jouw boek hoor je de echte stem van de verteller.





